Impact terugwerkende kracht definitie pannenkoek en poffertje

Deze week at ik sinds tijden weer eens een pannenkoek. Best lekker! ‘Natuurlijk’ ging bij mij ook even de vraag door mijn hoofd, vind ik dit nu ‘een koek’ of is dit toch heel wat anders? De uitspraak van de Rechtbank Rotterdam (kantonrechter Dordrecht) over de kwalificatie van de pannenkoek en poffertjes (wel/niet koek) spreekt ook voor niet-juristen tot de verbeelding en zal nog vaak worden aangehaald.

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBROT:2019:6053

De kantonrechter steunt zijn oordeel dat geen sprake is van ‘koek’ in de zin van het verplichtstellingsbesluit van Bpf Zoetwaren o.a. op het verschil in tijdstip van eten, soort deeg en de wijze van bakken. Pannenkoeken en poffertjes hadden dan ook evenals bijvoorbeeld wafels als aparte productgroep benoemd moeten worden in de verplichtstelling.

In de berichtgeving over deze uitspraak triggerde mij echter ook het bedrag van ruim € 8,5 miljoen aan ‘achterstallige’ premies. De verklaring hiervoor is dat Bpf Zoetwaren de werkgever al vanaf 1995 wenst aan te sluiten, hoewel de werkgever al sinds jaar en dag een eigen pensioenregeling heeft.

Deze eis gaat wel heel ver als de tekst van de verplichtstelling van Bpf Zoetwaren zo veel discussie oplevert (overigens ook als dit niet het geval is). Zelfs al had het oordeel van de kantonrechter anders geluid, dan nog had de werkgever een goed verdedigbaar standpunt. En waarom heeft Bpf Zoetwaren de werkgever niet eerder aangeschreven over de door haar gestelde aansluitplicht? En wie is hier bij gebaat? Een dergelijke eis kan fataal zijn voor een werkgever. De procedure over de aansluitplicht loopt meestal vele jaren. De werkgever hangt een hoge claim boven het hoofd die het bedrijf verlamt. En ook de werknemers zijn hier niet bij gebaat. Na de verplichte aansluiting, zal de pensioenregeling bij de verzekeraar moeten worden teruggedraaid. In de praktijk blijkt dit een bijna ondoenlijke administratieve handeling die het bedrijf en de werknemers lange tijd blijft achtervolgen en tot veel onzekerheid leidt. Daarnaast kan de vraag gesteld worden of dit in het belang is van de overige deelnemers bij het fonds. Bij een faillissement van de werkgever zal het fonds de pensioenen van de later, met terugwerkende kracht aangesloten deelnemers, wel moeten toekennen over alle deelnemingsjaren; Zij ontvangt echter geen premie. Dit laatste is bij een aansluiting met terugwerkende kracht voor meerdere jaren een reëel risico.

Al met al een goede zaak dat er duidelijkheid is gevraagd over de kwalificatie van ‘de pannenkoek’ en ‘het poffertje’ in het licht van de verplichtstelling van Bpf Zoetwaren. Dit had ook gekund door alleen een verklaring voor recht te vorderen en vervolgens in overleg te treden met de werkgever en te zoeken naar een voor beide partijen redelijke oplossing.
Indien de kantonrechter anders had besloten was de genoemde aansluitdatum van 1995 waarschijnlijk een volgende hobbel op de weg van het pensioenfonds geworden. De rechter heeft bij geschillen over de dubbele aansluiting bij twee pensioenfondsen al geoordeeld dat het aan de fondsen zelf is om onderling en in redelijkheid tot een oplossing te komen. Ik kan mij voorstellen dat in deze situatie, in ieder geval over de aansluitdatum, overleg meer voor de hand had gelegen.

Gelukkig zijn er ook pensioenfondsen die deze kwesties wel zoveel mogelijk via de overlegmodus oplossen. Gedacht kan worden aan het aansluiten van de werkgever voor de toekomst en een vrijstelling voor het verleden. Indien de regeling van de verzekeraar niet gelijkwaardig is kan hieraan de voorwaarde verbonden worden dat een aanvullende storting gedaan moet worden.
We zien in de praktijk een stijging van het aantal geschillen over de uitleg van de verplichtstelling die uitmonden in een procedure. De veranderingen in de maatschappij en de ontwikkeling van producten zorgt ervoor dat de uitleg van de tekst van verplichtstelling niet altijd meer vanzelfsprekend is en veel vragen oproept. Mogelijk dat Bpf Zoetwaren nog in beroep gaat om definitief duidelijkheid te krijgen over de kwalificatie van ‘pannenkoeken’ en ‘poffertjes’ als ‘koek’ of niet.

Deze ‘pannenkoeken en poffertjes procedure’ zal derhalve niet de laatste zijn.