Na bijna 8 jaar persoonsgegevens uiteindelijk verwijderd uit alle registers, inclusief de Gebeurtenissenadministratie.

Identiteitsfraude; Na bijna 8 jaar gegevens slachtoffer eindelijk verwijderd uit alle registers, inclusief de Gebeurtenissenadministratie. Het Gerechtshof Den Haag oordeelde op 23 maart 2021 dat geen sprake was van een zwaardere verdenking dan een redelijk vermoeden van schuld en dat bij identiteitsfraude registratie op naam van degene die de fraude pleegt dient te geschieden en niet op naam van degene die hiervan slachtoffer is.

Banken en verzekeraars kunnen bij een vermoeden van bank- of verzekeringsfraude de gegevens van personen voor een periode van 8 jaar opnemen in de eigen en externe registers (Gebeurtenissenadministratie, IVR, Incidentenregister, EVR en SFH). De opname in de registers heeft direct grote gevolgen voor de betreffende persoon, zeker als het om opname in de externe registers gaat. De persoon kan geen verzekeringen meer afsluiten, bankrekeningen openen en ondervindt o.a. problemen bij de benodigde screening voor sollicitaties. Banken en verzekeraars zijn voor de opname dan ook gebonden aan het op de AVG gebaseerde Protocol Incidenten waarschuwingssysteem Financiële Instellingen (PIFI) en de Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Financiële Instellingen (GVPFI). De toetsing door de bank of verzekeraar aan het Protocol en de Gedragscode vindt niet altijd op de juiste wijze plaats, zo blijkt uit de beschikking van het Gerechtshof Den Haag van 23 maart 2021. In de praktijk blijkt het dan vaak een lange weg de gegevens verwijderd te krijgen uit de registers. Het leed (schade) is dan inmiddels vaak al geschied. Voor de persoon in onderstaande procedure bij het Gerechtshof Den Haag duurde het bijna 8 jaar voordat de gegevens uiteindelijk uit de registers verwijderd werden.

Het Gerechtshof Den Haag heeft op 23 maart jl. geoordeeld dat de bank, op straffe van een dwangsom, de persoonsgegevens uit de Gebeurtenissenadministratie dient te verwijderen. Daags voor de zitting in eerste aanleg had de bank de gegevens al uit het Incidentenregister verwijderd. Op naam van betreffende persoon is getracht een hypotheek af te sluiten bij de bank. Het Hof oordeelt dat er geen sprake is van een zwaardere verdenking dan een redelijk vermoeden van schuld en dat er onvoldoende aanwijzingen zijn voor de persoonlijke betrokkenheid van verzoeker bij de hypotheekaanvraag. De bank miskent voorts dat bij identiteitsfraude registratie op naam van degene die de fraude pleegt dient te geschieden en niet op naam van degene die hiervan slachtoffer is.

Via deze link kunt u de uitspraak nalezen: ECLI:NL:GHDHA:2021:482, Gerechtshof Den Haag, 200.279.966/01 (rechtspraak.nl)