Gebruik de Smartengeld Tool
vWvL Advocaten
Column
|Mr. Bert-Jan van Leuveren

Gebeten door een Hond: Wie Betaalt de Schade, en Waarom Kinderen Later Opnieuw Moeten Kijken

Wie door een hond wordt gebeten, kan de bezitter van de hond aansprakelijk stellen, ook als die niets verkeerd heeft gedaan (art. 6:179 BW). In deze column legt mr. Bert-Jan van Leuveren uit wat er te claimen valt, en waarom wie als kind is gebeten rond de achttiende verjaardag opnieuw naar de zaak moet kijken.
Mr. Bert-Jan van Leuveren in het veld met zijn twee flatcoated retrievers

In het katern VROUW van De Telegraaf (week 41) staat het verhaal van Janne. Ze was zeven en al vaak met oma meegegaan als die de hond van een kennis uitliet. Het ging altijd goed, tot die ene keer. De hond viel zonder aanleiding aan, liet niet meer los en Janne ging met de traumahelikopter naar Nijmegen. Acht jaar later vertellen moeder en dochter openhartig over de littekens, de angst en de veerkracht. Wat ik las, herkende ik maar al te goed. Ik heb net de bijtwond van een oudere dame geclaimd, die ook „gewoon” een hond tegenkwam die er anders over dacht.

Volgens VeiligheidNL worden jaarlijks zo’n 150.000 Nederlanders door een hond gebeten. Ongeveer 1.800 van hen belanden op de Spoedeisende Hulp. Kinderen lopen relatief vaak letsel op aan hoofd en gezicht, simpelweg omdat dat op hondenhoogte zit. Voor ons vak is het dus geen randverschijnsel.

Het juridische kader is gunstig

Wie gebeten wordt, heeft de wet aan zijn kant. Op grond van artikel 6:179 BW is de bezitter van een dier aansprakelijk voor de schade die het dier aanricht. Hij hoeft daarvoor niets verkeerd te hebben gedaan: het is een risicoaansprakelijkheid. Er moet wel sprake zijn van de „eigen energie” van het dier, maar die is bij een hond die bijt eigenlijk altijd aanwezig. De tenzij-clausule (de bezitter zou ook niet aansprakelijk zijn als hij het gedrag van het dier in zijn macht had gehad) slaagt bij een bijtincident vrijwel nooit.

Het is ook belangrijk dat aansprakelijkheid de bezitter treft, niet degene die de hond op dat moment vasthoudt. In Jannes geval blijft dus de kennis aansprakelijk, of eigenlijk diens AVP-verzekeraar, ook al liep oma met de riem. Dat is goed nieuws, want je wilt als familie liever niet tegenover oma komen te staan. Daar zit wel een addertje onder het gras. De verzekeraar van de bezitter kan proberen verhaal te halen op de uitlater, met het argument dat die onvoldoende toezicht hield. Ook daarom is het verstandig dat er vanaf het begin een letselschadeadvocaat meekijkt.

„Het kind heeft het uitgelokt”

Een verweer dat we geregeld horen, is dat het slachtoffer de hond zou hebben uitgedaagd. Bij volwassenen kan dat tot een eigen-schuldverweer leiden (art. 6:101 BW). Bij kinderen jonger dan 14 jaar komt een verzekeraar daar niet ver mee: hun gedrag wordt hun naar vaste rechtspraak niet als eigen schuld toegerekend. Een eventuele onoplettendheid van de begeleider komt ook niet voor rekening van het kind.

Wat valt er te claimen?

Er valt meer te claimen dan veel ouders denken:

  • smartengeld, waarbij blijvende littekens in het gezicht zwaar wegen, zeker bij jonge meisjes;
  • medische kosten en eigen risico’s, reiskosten en ziekenhuisbezoek door de ouders (dit is schade van het kind, zie art. 6:107 BW);
  • toekomstige behandelingen, zoals littekencorrecties die pas na de groei kunnen plaatsvinden;
  • psychische schade: hondenangst, nachtmerries, soms een posttraumatische stressstoornis;
  • affectieschade voor ouders bij ernstig en blijvend letsel van hun kind, als het voorval op of na 1 januari 2019 plaatsvond;
  • de kosten van rechtsbijstand, op grond van art. 6:96 lid 2 BW. Voor het slachtoffer is een letselschadeadvocaat dus in de regel kosteloos.

En dan word je achttien

Dit is het deel waar ik ouders en jongeren vooral voor wil waarschuwen. Bij een gebeten kind is de schade bijna nooit „af” op het moment dat de zaak wordt geregeld. Littekens groeien mee en trekken anders naarmate het gezicht volgroeit. Psychische klachten kunnen jaren later opspelen, bijvoorbeeld in de puberteit of bij de eerste sollicitatie. Het verlies aan verdienvermogen is bij een kind zonder arbeidsverleden bovendien lastig in te schatten.

Wie als minderjarige gebeten is en meerderjarig wordt, doet er goed aan het volgende na te lopen:

  • Is er destijds een regeling getroffen, en zo ja, welke? Vraag de vaststellingsovereenkomst op. Staat er een voorbehoud in voor toekomstige behandelingen en onvoorziene gevolgen? Zonder voorbehoud is een finale kwijting meestal ook echt finaal.
  • Heeft de kantonrechter destijds toestemming gegeven? Ouders hebben voor bepaalde rechtshandelingen namens hun minderjarige kind machtiging van de kantonrechter nodig (art. 1:345 BW). Is die stap overgeslagen, dan kan dat gevolgen hebben voor de geldigheid van de regeling.
  • Waar is het geld? Een schadevergoeding voor het kind is van het kind. Vanaf je achttiende beschik je er zelf over.
  • Is er destijds niets geregeld? Dan heb je meer tijd dan je denkt. Voor letselschade van een minderjarige geldt een bijzondere regel (art. 3:310 lid 5 BW): de vordering verjaart pas vijf jaar na de dag waarop je achttien bent geworden. Tot je 23e verjaardag kun je dus zelf alsnog aan de bel trekken, ook als je ouders vanaf het begin precies wisten wie aansprakelijk was. Is er destijds wél een vaststellingsovereenkomst gesloten, dan draait het niet om verjaring maar om wat er in die overeenkomst staat. Een finale kwijting sluit de deur, een goed geformuleerd voorbehoud houdt hem open. Let er ook op of de overeenkomst voor dat voorbehoud een eigen termijn bevat. Mijn advies is daarom: sluit bij jonge kinderen niet te snel finaal af, en zeker niet zonder voorbehoud.

    Een kanttekening: die langere termijn geldt voor de vordering van het kind, niet voor de eigen vorderingen van de ouders, zoals affectieschade of hun eigen kosten. Voor die vorderingen loopt gewoon de termijn van vijf jaar vanaf het moment dat zij met de schade en de aansprakelijke partij bekend werden.

  • Vraag je medisch dossier op. Vanaf je zestiende heb je daar zelf recht op. Laat het beoordelen door iemand die weet welke vragen hij moet stellen.

Tot slot

Janne heeft de draad opgepakt en wil zelf mensen gaan helpen. Dat dwingt respect af. Haar moeder zegt in het artikel dat ze dankbaar zijn dat het zo is afgelopen. Dat gun ik ieder gezin, maar dankbaarheid is geen reden om een verzekeraar er goedkoop vanaf te laten komen.

Ik zeg dat niet als hondenhater, integendeel. In het jachtveld werk ik met mijn twee flatcoated retrievers. Bijten zit niet in hun aard en ze staan altijd onder appel. Toch heb ik een perfecte hond nog nooit gezien, ook niet aan mijn eigen riem. Een hond kan het niet helpen dat hij bijt. De bezitter kan het niet helpen dat hij aansprakelijk is. Het slachtoffer kan het al helemaal niet helpen. Laat het dan in ieder geval goed geregeld worden, ook voor het kind dat over tien jaar in de spiegel kijkt.

Mr. E.J.A. (Bert-Jan) van Leuveren is letselschadeadvocaat bij vWvL Advocaten en lid van de Vereniging van Letselschade Advocaten (LSA).

Veelgestelde vragen over een hondenbeet

Wie is aansprakelijk als een hond bijt?

De bezitter van de hond, op grond van art. 6:179 BW. Het is een risicoaansprakelijkheid: de bezitter hoeft niets verkeerd te hebben gedaan. De aansprakelijkheid treft de bezitter, niet degene die de hond op dat moment vasthoudt. In de praktijk betaalt meestal de AVP-verzekeraar van de bezitter.

Kan de verzekeraar zeggen dat mijn kind de hond heeft uitgelokt?

Bij volwassenen kan dat tot een eigen-schuldverweer leiden (art. 6:101 BW). Bij kinderen jonger dan 14 jaar wordt hun gedrag naar vaste rechtspraak niet als eigen schuld toegerekend. Ook een eventuele onoplettendheid van de begeleider komt niet voor rekening van het kind.

Tot wanneer kan iemand die als kind door een hond is gebeten nog schade claimen?

De vordering van het kind verjaart pas vijf jaar na de achttiende verjaardag (art. 3:310 lid 5 BW), dus tot de 23e verjaardag. Is er destijds een vaststellingsovereenkomst gesloten, dan bepaalt die overeenkomst wat nog mogelijk is. Voor de eigen vorderingen van de ouders geldt de gewone termijn van vijf jaar.

Meer informatie

Gebeten door een Hond? Leg Uw Zaak aan Ons Voor

Onze LSA-advocaten beoordelen uw situatie persoonlijk, ook als het voorval jaren geleden plaatsvond toen u nog minderjarig was.